Zo, u zit misschien in een spreekwoordelijke put. U staart naar boven en verlangt naar het licht, dat slechts op bepaalde delen van de dag uw gezicht raakt. In de donkere uren hoopt u op beter. Ondanks dat u donders goed weet dat het licht u weldra weer zal bereiken, is het in die tijden duister en koud. En zo werkt de mens nu eenmaal; wanneer u ontbeert wat u verlangt lijkt het alsof het nooit meer goed zal komen. Hoewel ervaring u al heeft geleerd dat er altijd weer betere tijden komen, is het in het duister niet altijd makkelijk dat positieve vast te houden. Daarom even een steuntje in de rug, mocht u het licht even zijn vergeten. Zo rollen wij.

Heeft u weleens nagedacht over kansarme straatkatten in India? Veel ervan hebben katten-AIDS of feline-lepra, een probleem dat je nooit in tranentrekkende WNF-reclames ziet. De snoezige viervoeters ( i.v.m lepra vaak twee-en-een-halfvoeters ) hebben er geen benul van hoe slecht ze het hebben, aangezien ze niet beter weten. Ik wil de Hindoestaanse StraatMinoes graag aangrijpen om u te tonen hoe goed u het wel niet heeft. Want zelfs in uw meest duistere tijden heeft u geen zorgen over een eventueel losrakende staart of het feit dat uw voornaamste voedselbron de kaas letterlijk van uw beschimmelde boterham afvreet, aangezien u met uw twee-en-een-half been er toch niet afdoende op kan reageren. En probeert u maar eens met uw voet uw oor te krabben. (Voor de dames wie dit weinig moeite oplevert, mijn mailadres is elders op de site te vinden.)

Ja, de Indiase straatkat is een bron van positiviteit in donkere dagen, dat mag duidelijk zijn. Het nobele dier toont ons als de zeikerds die we zijn. Wist u bijvoorbeeld dat het aantal zelfmoorden per inwoner in de Westerse landen veel hoger ligt dan in b.v Afrika? Sta daar even bij stil; de mens in Afrika heeft het constant warm, alles zit onder het zand, wilde dieren wachten overal om een hapje uit hun magere lijven te nemen en water kan alleen verkregen worden door kilometers te lopen met zo’n belachelijke kruik op het hoofd. Bon, dan heb je wel altijd mooi weer, maar wat is dat nog waard zonder een lekker koud biertje? Ondertussen zitten wij met een gevulde koelkast en een bord bami op schoot Idols te kijken, terwijl we ons massaal afvragen waarom we het zo slecht hebben. Want tsja, de buurman heeft immers WEL zo’n mooie flatscreen.

De show “alcoholocaust” ( quote uit fragment: Here’s the thing about people who believe in God… They’re idiots ) van meesterkomiek Jim Jefferies maakte het me laatst pijnlijk duidelijk: wij willen te veel. Wij zijn opgegroeid met de intentie om te blijven streven naar meer, om steeds weer nieuwe dromen te ontwerpen als onze initiële dromen zijn vervuld. Zo creëer je een niet te doorbreken cirkel, aangezien je nooit al je dromen kan verwezenlijken, wat kan leiden tot gevoelens van ongeluk en teleurstelling wanneer de desbetreffende persoon niet weet hoe hiermee om te gaan. Dat terwijl u eigenlijk alles al heeft wat u nodig heeft, and then some!

De sleutel is dus: Wil niet teveel, wees tevreden met wat u al heeft. Dit was een gratis dienstmededeling.