Ik denk niet dat jij een potentieel startschot bent van een tsunami van Angolezen. Ik denk ook niet dat jij naar Nederland bent gekomen om hier eens even lekker ‘uit de ruif te komen vreten’ terwijl je hele dagen op de bank niets zit te doen. En toch kan ik het me goed voorstellen als Minister Leers definitief besluit om je terug naar Angola te sturen. Ik zal je uitleggen waarom.
Het werk van politici bestaat uit het maken en (laten) uitvoeren van beleid. Dat beleid uit zich in wetten die voor iedereen gelden. Gewoon, omdat het nogal onoverzichtelijk wordt om voor iedereen persoonlijke wetten te maken. Het nadeel van het maken van wetten voor grote groepen mensen, is dat er altijd randgevallen zijn. Dat is lastig, maar onontkoombaar. (lees verder…)



Reeds vele jaren ben ik onder diverse aliassen digitaal aanwezig op veel (internationale) discussieforums, van Linksch naar Rechts, van Engelsch tot Nederlandsch en van politiek tot origami, overal geef ik graag gevraagd en ongevraagd mijn ongezouten mening en schuw daarbij de internet guerrillamethodes als flaming en trolling niet. Het is al naar gelang mijn hoed staat. Maar bovenal ben ik op een niet aflatende kruistocht tegen menselijke domheid, kortzichtigheid en onwetendheid. Tijdens mijn digitale campagnes op de diverse fora ben ik dan ook met enige regelmaat tegen een Banstok aangelopen. Meestal terecht, omdat ik het niet kon laten om digiverbaal een volkomen onbenul met een irrelevante mening aan de andere kant van het internet achter zijn eigen monitor tot tranen van woede of onmacht te bewegen, maar ook vaak omdat ik weer eens ergens met mijn priemende digitale vinger in de pijnlijke etterende wonde van de waarheid zat te priemen, en de waarheid is niet altijd gewenst want doet vaak zeer.
Weet u het nog? Wereldheerschappij? Vliegdekschepen? ’T is over, beurt, de chinezen kopen Saab, stampen een partij Yuan’s in het EFSF, u wilt het niet weten, man, man, man, nuff said. Ondertussen hebben die chinks ook nog een bijna compleet vliegdekschip gekocht, verbouwd en met héle, echt héle vieze verf die bak geschilderd, we stonden erbij, we keken ernaar en we zaten te typen. 

Ik grijp mijn jas, grabbel in mijn linkerjaszak en pak de vijftig cent die ik er eerder die avond in had gestopt. Terwijl ik naar de uitgang loop, zwaai ik nog een keer naar Natascha, die nog druk bezig is om klanten van drinken te voorzien. Ik zie dat Natascha terugzwaait, met de theedoek nog in haar handen. ‘Hé, bedankt voor weer een gezellige avond!’, roep ik in een uitgelaten stemming naar Frans. Frans is de vaste deurman van NJoy, standaard klerenkast met een glaasje cola op het plankje en de te witte glimlach. ‘Ik zie je volgende week Gerard.’, hoor ik Frans zeggen, terwijl ik de vijftig cent in zijn hand druk. Eenmaal buiten suizen mijn oren nog van de te harde muziek en dreunt de bas nog flink na. Het resultaat van een heerlijke stapavond. Ik hou van de stad, altijd in beweging, je bent nooit eenzaam. 