Ik schets de situatie even voor u: Een slecht verlichte ruimte, de vloer bedekt met kleine bruine tegeltjes, de muren en het plafond bewerkt met een mintgroen plamuur. In de hoek ligt een stinkend matras, met daarop een stinkend mens. Al bijna twee weken bivakkeer ik hier, nadat ik weer eens te ver was gegaan. Hoewel ik me bewust ben van het feit dat ik nog weleens fel wil zijn in discussies en andere conflicten, had die eigenschap me altijd meer gediend dan tegengezeten. De gebeurtenissen die vooraf gingen aan mijn opsluiting waren een uitzondering op die regel.

Vijf bans. Ik had tot het punt net voor mijn opsluiting vijf bans ontvangen op GeenStijl. Ik voelde daar een bepaalde trots in, want wie kon immers zeggen vijf keer gebanned te zijn door Roze GuuSje zonder een permaban te ontvangen? Die perma hing mij boven het hoofd en ik was er als de dood voor. Maar toch bleef ik de grenzen opzoeken. Ik had nooit verwacht dat die perma een zegen had kunnen zijn.

Want niemand had hij ingelicht over wat er gebeurde bij een eventuele zesde ban. U zal er in de huisregels aldaar niks over vinden. Ook Google leert u niks over de gevreesde “zesde GS-ban procedure”. Het is als mijn enorm lieve inborst en geniale geest: Bijna niemand weet ervan, maar het bestaat echt.

Na een drie dagen durend trollfestijn met Hölzenbein sprong vriend van de site GUnight tussenbeide. Mijn straf werd me via de mail medegedeeld: Twee weken in het cachot, te delen met Hölzie. Een licht gevoel van vreugde viel me nog immer ten deel, aangezien ik nog steeds niet permanent geweerd zou worden uit de panelen. Mijn vreugde was echter misplaatst, te vergelijken met het zelfvertrouwen van Hilbrand Nawijn.

Toen ik die avond naar huis fietste vanaf mijn werk, merkte ik een roze helikopter op die me leek te volgen. Vreemd, uiteraard, maar ik schreef het af aan mijn overactieve verbeelding. De reis van mijn werk naar huis houdt zelfs op de fiets maar tien minuten in, dus weldra zat ik op de bank van een plopje te genieten. De roze helikopter was reeds enkele straten voor mijn huis uit het zicht verdwenen. De avond vorderde, ik maakte een account aan op Retecool ter compensatie en ik zocht uiteindelijk mijn bed op.

De volgende morgen ging ik vol frisse moed weer richting de arbeid. Toen ik eenmaal mijn wijk verlaten had en de tweehonderd meter door een bebost gebiedje inzette, hoorde ik vanuit de berm: “Psssst, Andie!”. Vreemd, aangezien niemand in mijn omgeving weet van mijn dubbelleven. Toen ik mijn hoofd draaide om te kijken wie er naar mij siste, voelde ik een hevige klap in mijn nek. Ik smakte tegen de grond en een grote negroïde man stapte uit de bosjes met een blikje sinas in de hand en trok een jutezak over mijn hoofd. “Goed werk GU”, hoorde ik een zware stem zeggen. Zo’n stem die je bij de P.O verwacht. Na iets dat voelde als een injectie in mijn nek werd ik overvallen door een warm gevoel en verloor ik het bewustzijn.

Toen ik weer bijkwam zat ik vastgebonden aan een stoel, in de ruimte die ik eerder beschreef. Mijn hoofd bonkte en uit de ruimte naast die waar ik in me in bevond hoorde ik rumoer. Een stem met Limburgs accent smeekte: “Nee, laat me met rust! Het is de schuld van de PVV! Ik beloof voortaan de discussies met Andie uit de weg te gaan!”. Langzaam werd me duidelijk  wat er aan de hand was: Ik was gekidnapt door GeenStijl en de jankerige stem die ik hoorde was die van mede-reaguurder Hölzenbein.

Nadat de commotie in de aanliggende kamer kalmeerde, hoorde ik voetstappen richting mijn deur bewegen. Het roestige slot kraakte en de deur zwaaide open om met een knal tegen de muur tot rust te komen. In de deuropening stond een ietwat kolderiek trio: Dominique Weesie, Bert Brussen en een mij onbekend persoon die niemand minder dan GU moest zijn, te herkennen aan het blikje sinas in zijn hand.

Brussen stak met zijn onmiskenbare geforceerde stemgeluid van wal. “Wat euuuh denk njij wel njiet euuh, njij zielige anjonieme troll met een eeeuh talenjtloos leven? Dacht nje njou echt dat nje dit allemaal maar euhhh konj makenj?”. Zodra Bert het laatste woord had uitgesproken, gaf Weensie me een klap met zijn enorme roze dildo. GU zag het geheel lachend aan en klapte zijn laptop open.

“Zesde ban meneer Arbeit, weet je wat dat betekent?”. Beduusd door het hele gebeuren keek ik hem schaapachtig aan, zonder een woord uit te kunnen brengen. “Zes bans betekent opsluiting zonder kans op vrijlating. Je zal voortaan het hok van Joris moeten uitmesten, de Brinta van Quid moeten opwarmen, Bert moeten ontvlooien en de kalknagels van Pritt moeten bijwerken met een schuurmachine”. Hij klapte zijn laptop dicht en gaf me nog een klap na met de platte hand, om af te sluiten met: “Welkom bij de redactie Andie, MOUHAHAHAH!”.

Grinnikend verlieten de drie de ruimte en sloegen de deur achter zich dicht. Terwijl ze verder verwijderd raakten van mijn cel hoorde Bert nog op de gang: “Dat wilde ik euh, njou al anderhalf njaar doejn. Nu eerst een BlikjeGrolsch”.

Tot zover het eerste deel, volgende week meer!