Deel één vind je hier.

Inmiddels waren er enkele dagen verstreken sinds de ontmoeting met de drie blogketiers. De tijd vulde ik met de door de GS-redactie opgelegde dwangArbeit. Mijn kleren waren doordrongen met de geur van verschaalde Brinta, mijn handen verkrampt door het ontklitten van de vooroorlogse dweil die Bert Brussen een kapsel noemt. In de kamer naast me had ik de derde nacht gehoord hoe mijn medegevangene Hölzenbein na het verlenen van zeer luidruchtige seksuele diensten ( waarbij naar het scheen WC-eend, een zak Doritos en een wilde cavia bij betrokken waren )  was vrijgelaten. Voor mij was zeker dat ik er niet zo “makkelijk” van af zou komen. De Zesde Ban is een eindstation, was mij reeds zeer duidelijk uitgelegd.

Maar wegkwijnen in deze cel en de wereld mijn aanwezigheid ontzeggen was een ondraaglijk vooruitzicht. Hoewel de heren van GeenStijl immer hoog aanzien hadden genoten in mijn beleving van de bloggosfeer, was fungeren als voetveeg en redactieslaaf niet bepaald de manier waarop ik de site wilde verrijken. Ik moet ontsnappen. En niet alleen dat, ik moest een vorm van overwicht hebben om verdere opjaging en vervolging af te wenden. De tentakels van het beest dat Roze Guusje heet reiken ver, zelfs tot de uithoeken van de culturele woestenij die u allen als Limburg kent, mijn thuis. Alleen ontsnappen zou niet voldoende zijn. Een leven op de vlucht is niet weggelegd voor iemand die spotlights koestert.

De vijfde ochtend werd ik wakker door het geluid van de openzwaaiende deur en een metalen dienblad dat met enig geweld op de vloer werd gedonderd. De deur sloot weer en ik bekeek wat vandaag mijn ontbijt moest voorstellen; twee half aangevreten pannenkoekjes roomkaas -overgebleven van de brunch die de vorige dag had plaatsgevonden met de mensen achter PowNed-, een bakje met lauwe Joppiesaus gemengd met fijngeprakte MilkyWays en een jaren-’70-stijl-oranje-bruin met bloemenpatroon bakje, gevuld met Pringles. Wasabi-smaak.  Het menu was duidelijk ontworpen om zelfs de sterkte geest te breken. Waar de beulen echter geen rekening mee hadden gehouden, was het feit dat de mix van Joppiesaus en Milkyways wanneer gedroogd harder werd dan de fallus van de gemiddelde kansen-Pool bij het ontdekken van de hoogte van zijn uitkering. Door de pannenkoekjes op te rollen en ze te bedekken in een dikke laag van de smurrie, vormde ik twee rotsharde staven, die ik aan elkaar verbond met mijn schoenveter. Mijn eerste wapen was compleet. Een home-made nunchaku, sterker dan de betonnen onwil van Rita Verdonk om de realiteit te aanvaarden.

Mijn tweede wapen was dichterbij dan ik dacht. Toen ik later die dag mijn cel werd uitgeleid om het slaapvertrek van Weesie uit te mesten, zag ik de grote roze dildo in een hoek van de kamer liggen. Nu heb ik ( echt waar ) een blauwe maandag bij een bedrijf gewerkt dat plastic verpakkingen produceerde, dus bezit ik een basale kennis van de eigenschappen van verschillende kunststoffen. Dat kwam me in deze goed van pas.

Ik stookte de nog na-smeulende open haard op, tot ik een aardige berg gloeiend houtskool had gecreëerd. Toen de laatste vlammen gedoofd waren pakte ik de flexibele roze imitatie-penis en hield deze boven de hittebron. De warmte zorgde voor een verandering in de moleculaire structuur en binnen enkele minuten was het ooit plezierschenkende object veranderd in een piemolvormige gummiknuppel. Van een rondslingerende lakleren string vormde ik een passend handvat. Mijn arsenaal was compleet.

Ik verborg het slagwapen in mijn broekspijp en verstopte het bij terugkomst in mijn cel samen met de eerder gefabriceerde nunchaku in een uitgeholde ruimte in mijn stinkende matras. De middelen om me naar buiten te vechten waren aanwezig.

Er miste slechts nog één cruciaal onderdeel: overwicht. Iets om de Roze Brigade onder druk te zetten.

Volgende week meer, stay tuned!